“Houd me niet vast, zei Jezus, ik ben nog niet opgestegen naar de Vader.” Johannes 20:17
Maria Magdalena, ook Maria van Magdala. Ze komt in de Bijbel ter sprake in Lucas 8:2. Daar staat dat Jezus haar bevrijdde van zeven duivelse geesten. Verder is ze aanwezig bij de kruisiging en de graflegging van Jezus. Ze is ook de eerste die Jezus gezien heeft na de opstanding. Het staat in Matteüs 27 en 28 en Johannes 19 en 20.
De Bijbel is minder uitvoerig over haar dan de legenden die zich in de loop der tijd rondom haar gevormd hebben. Ze zou een hoer geweest zijn. Ze zou met Jezus getrouwd geweest zijn. Ze zouden samen kinderen gehad hebben.
Vrome fictie waarmee romanschrijvers vandaag de dag miljoenen boeken verkopen. Toch beschrijft de evangelist Johannes bijna 2000 jaar geleden pas echt een mysterie….
Maria Magdalena gaat ’s ochtends als het nog donker is alleen naar het graf. Het blijkt tot haar verbijstering leeg. Nadat ze weggerend is om het de anderen te vertellen, gaan Petrus en een andere leerling kijken. Nadat ook zij vastgesteld hebben dat het graf leeg is, gaan ze terug naar huis.
Maria blijft achter.
Waar zouden ze Jezus neergelegd hebben? Ze kijkt om en ziet iemand staan - een tuinman? “Waarom huil je? Wie zoek je?” vraagt hij. “Als u hem weggehaald hebt, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd,” zegt ze. Dan noemt hij haar naam: “Maria.” Die stem! Het is de stem van Jezus. Ze kijkt, wil hem omhelzen. “Houd me niet vast,” zegt Jezus dan.
Er is iets veranderd. Maria Magdalena is de eerste getuige. Jezus maakt zich los uit de vroegere relatie. “Laat me. Klamp je niet aan mij vast.”
Het lege graf is een opening naar de hemel. Open ruimte, niet door mensen te vatten.