Judas

“Degene die ik kus, had hij gezegd, die is het, die moet je gevangen nemen.” Matteüs 26: 48

Judas. Ook bekend als Judas Iskariot. Zijn naam is synoniem geworden voor gierigaard en verrader. Hij is het die Jezus uitlevert met een kus, voor de som van dertig zilverstukken. Later krijgt hij berouw. Matteüs 26 en Lucas 22.

Vanouds is Judas volledig zwart gemaakt. Belichaming van het kwaad, zoon van het duister. Afgebeeld als de man met de geldbuidel, zonder stralenkrans, aan de verkeerde kant van de tafel. Exact het tegendeel van zijn vriend en leermeester Jezus.

Wat heeft Judas bezield? Judas is een leerling van Jezus, onmiskenbaar onder de indruk geweest van Jezus’ boodschap en optreden. Om het geld kan hij Jezus niet verkocht hebben. Van die dertig zilverstukken kon hij volgens kenners onmogelijk rijk worden. Maar wat dan?
Was hij uit de gratie geraakt omdat hij de kas niet goed beheerde?

Of had hij zich meer voorgesteld van hun rol als bevrijders van Israël?
Judas wil bij Jezus horen, hij volgt hem, maar wist Jezus nog waar hij mee bezig was en waar hij heen wilde? Dat beloofde koninkrijk, kwam daar nog wat van? Jezus lijkt niet zo zeker van zijn zaak. Was Judas daarom in hem teleurgesteld?

Of was Judas de aangewezen medespeler in het drama van Jezus?
Hij heeft immers een voorname rol in deze geschiedenis. Met zijn optreden opent hij de mogelijkheid voor Jezus om redder te worden van de mensheid. Was dat zijn ondankbare rol?

Niemand weet het. Maar Judas nam een beslissing die hem eeuwig zou worden nagedragen. Opgevat als het verraad van een vriend.
Na zijn kus is hij de gevangene, verdwaald in een zwarte nacht. De nacht van het bittere raadsel.